Zoeken in Bruggen

Onbevangenheid op de brug

door Michel Bakkerdec05 01

De vaste brug over de Amsterdamse Boerenwetering vormt samen met die over het aangrenzende Zuider Amstelkanaal een bijna museaal complex aan beeldhouwwerken. De Kinderbrug (brug 420) en de Muzenbrug (brug 419; sinds 2004 Hildo Kropbrug geheten) werden beide in 1930-1931 gebouwd naar een ontwerp van Pieter Lodewijk Kramer (1881-1961), destijds één van de leidende figuren van de Amsterdamse School. Deze Kramer kwam in 1913 in betrekking bij de Dienst Publieke Werken van de Gemeente Amsterdam om daar assistent van Johan Melchior van der Mey te worden. In 1916 nam hij de functie van Van der Mey als esthetisch adviseur op de afdeling ‘Bruggen’ over, waar hij tot 1952 zou blijven werken. Bijna alle bruggen die in dit tijdsvlak in de hoofdstad zijn gebouwd, komen van de tekentafel van Kramer. Hij ontwierp er zo’n 500, waarvan er ongeveer 220 uitgevoerd zijn.

Hildo Krop (1884-1979) was in Kramers tijd veruit de meest bepalende beeldhouwer bij Publieke Werken, vanaf 1956 was hij zelfs stadsbeeldhouwer. Zowel Kramer als Krop hadden een groot sociaal besef en waren vervuld van de gedachte aan de volkscultuur te arbeiden; hun openbare dienstbetrekking sloot daar nauw op aan. Hildebrand Lucien Krop mag dan zijn carrière ooit als luchtig banketbakker zijn begonnen, zijn beeldhouwwerk kenmerkt zich meer door een zekere aardsheid en een gesloten monumentaliteit. Zijn verbeelde personen hebben vaak iets dwingends en ernstigs en stralen een soort onverzettelijkheid uit.

De bruggen over de Boerenwetering en het Zuider Amstelkanaal, aan weerszijden van het Muzenplein, vallen op door hun bijzonder vormgegeven middenpijlers en het siersmeedwerk. In 1932 werd het beeld van Hildo Krop met de omvangrijke titel ‘Hoe de onbevangenheid van de mensen de krachten en de wildheid van het leven beheersen kan’ geplaatst op de tien meter hoge pijler van Beiers graniet op het noordelijk landhoofd van de brug over de Boerenwetering. Het beeld laat een gejurkt meisje zien dat de gekromde voorbenen van een paard vasthoudt. Het beeld werd door Krop eerst opgezet als kleimodel, daarna afgegoten in gips en ten slotte met hamer en beitel, maar ook met een pneumatische hamer gehakt uit eveneens Beiers graniet.

Krop koos vaak thema’s die bij het begrip water aansloten: zeehonden, waterslangen of bijvoorbeeld een jongen in een bootje. Maar ook het vormidioom van de Duits-Oostenrijkse sierkunst werd door hem wel toegepast. Andere beeldhouwwerken van hem tonen arbeiders en hun werkzaamheden of personificaties van de vier windstreken. Een enkele keer liet hij zich zelfs inspireren door dichters als Gorter en Van Collem. Beelden die verwijzen naar het gezinsleven nemen echter een bijzondere plaats in zijn oeuvre in. Vaak ook met een symbolische lading, zoals een vader die zijn zoon de beginselen van de techniek bijbrengt aan de hand van een machineonderdeel.

dec05 02Het brugcomplex aan het Muzenplein heeft ook nog een bijzondere ‘brugverbindende’ waterstoep. (afb. 1) Naast een zitbank leidt een stenen trap naar de waterzijde met die stoep. Daar staan maar liefst negen beeldjes van spelende kinderen. De naam Kinderbrug wordt hier in één keer verduidelijkt. De beeldjes zijn alle door verschillende beeldhouwers gemaakt: een kind met golvend haar door de beeldhouwer Marinus Vreugde, een meisje met bal door Huub van Lith, een meisje met poes door Loes Beijerman, een meisje met beer en vogel door Frits van Hall, een meisje met poppen door Willem IJzerdraat, een meisje met lam door Frans Werner (Mélisande, de jongste dochter van Kramer, stond hier model voor), een meisje met slakkenhuis door Theo Vos, een meisje met hond door Jaap Kaas en een kind met een bizonkop door Jan Trapman. Elders op de brug bevinden zich nog de beelden van een jongen met konijnen, een meisje met eekhoorntjes en twee jongelieden op de voorplecht van een boot.

Alles overheersend is echter ‘De onbevangenheid’: het beeld van het meisje met de paardenhoeven in haar handen. (afb. 2) In 1931 interpreteerde men het als volgt: “De beeldhouwer zag het paard als een van de sterkste, tevens driftigste en edelste beesten van de wereld, maar één dat uit zichzelf nooit een mens zal vertrappen. Schijnbaar zal nu dit kind vernietigd worden, maar het speelt met de hoeven, welke het eigenlijk moesten verpletteren en het kijkt den toeschouwer aan met een blik, waarin te lezen staat: wat denken jullie nu eigenlijk wel hiervan? Het onbevangen kind, in argeloos vertrouwen.” (Smit 2010, p. 170).

Met dank aan Wim Timp.

Afbeeldingen:

Afbeelding 1. De brug over de Boerenwetering met rechts het werk van Krop. Op de voorgrond de waterstoep.
Foto: Olga van der Klooster.
Afbeelding 2. Onbevangenheid op de brug. Werkfoto met een houwende Hildo Krop (links). Assistenten zijn bezig met het polijsten van delen met een nog ruw oppervlak.
Collectie: Plantage Zorg en Hoop.

Literatuur:

• W. de Boer, P. Evers, Amsterdamse bruggen 1910-1950, Amsterdam 1995.
• Jos. de Gruyter, Hildo Krop, Amsterdam/Antwerpen 1938.
• J. Leupen, Jos. de Gruyter, Hildo Krop, Bussum 1954.
• F.V. Smit, Bruggen in Amsterdam, infrastructurele ontwikkelingen en brugontwerpen van 1850-2010, Utrecht 2010.

Websites:

Over de Hildo Krop bruggenroute: http://www.geheugenvanplanzuid.nl/archief/architectuur/bruggenroute.htm
Over het Instituut Collectie Krop(ICK): http://www.hildokrop.nl/

Download hier het artikel in pdf-formaat logo pdf

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn