Zoeken in Bruggen

‘Beter dan door welke teekening dan ook’

De bruggen van fotograaf Pieter Oosterhuis2015 03 01

door Michel Bakker

Lange tijd was het in Nederland gebruikelijk dat fotografen op grote schaal de totstandkoming van waterstaatswerken documenteerden. Juweeltjes van fotokunst waren vaak het gevolg. Pieter Oosterhuis (1816-1885) was één van die  fotografen.

De fotograaf

Hoewel opgeleid als kunstschilder, vestigde Oosterhuis zich in 1851 in Amsterdam als daguerreotypie-fotograaf. Naast portretten maakte hij, als één van de eerste in Nederland, stereofoto’s en stadsgezichten voor de commerciële verkoop. Maar het beroemdst werd hij wel met opnames van waterbouwkundige werken en bruggen. Tevens beschouwt men hem als de eerste industriële fotograaf in Nederland. Voor zijn werken en inspanningen voor de fotografie kreeg hij op de Internationale Tentoonstelling der Amsterdamsche Photographen Vereeniging in 1877 de Gouden Medaille van de stad Amsterdam toegekend. Na zijn overlijden zette zijn zoon Gustaaf de fotografiefirma voort. Werken van Oosterhuis bevinden zich in diverse grote Nederlandse musea, waaronder het Rijksmuseum, het Scheepvaartmuseum en het Teylers Museum te Haarlem. In Amsterdam is een straat naar hem vernoemd.

Zijn werk

Aan de praktijk dat fotografen de wording van waterstaatswerken gingen vastleggen ligt een complex aan oorzaken ten grondslag. Waterstaat werd in de Grondwet van 1814 als een nationaal belang gezien: een centraal georganiseerd bestuursapparaat, direct onder koning Willem I en naar Frans model ingericht. Vanaf 1842 werden de ingenieurs opgeleid aan de Koninklijke Academie in Delft en sinds 1847 verenigde men zich in het KIVI. De beroepsgroep  emancipeerde. De ingenieurs kregen met de aanleg van een landelijk netwerk van spoorwegen een nieuwe werkterrein: prestigieuze overbruggingen van de grote rivieren. Dit alles speelde een rol bij het besluit de aanleg van die grote werken te laten vastleggen met behulp van het toen nog prille medium fotografie. Het kwam voordien wel voor dat schilders een dergelijke opdracht kregen, maar dat had een verschillend doel. Schilders legden het uiteindelijke resultaat vast; fotografen richtten zich op het gehele bouwproces van eerste paal tot de feestelijke opening, van maand tot maand. Aan die wensen konden schilders uit de aard der zaak niet voldoen; het ging de waterstaatsingenieurs om een verslag van de werken in uitvoering. Bekendheid bij de ingenieurs van Waterstaat kreeg Oosterhuis bij het fotograferen van de aanleg van de Willemssluis en het Kanaal door Zuid-Beveland. 2015 03 02Het Tijdschrift voor Photographie (1864/1865) prees zijn ‘artistiek gevoel’ en wees op het belang van de foto’s als bijlagen bij bouwkundige rapporten: “Beter dan door welke teekening dan ook, juister dan elke omschrijving, krijgt men door die beelden de voorstelling van den werkelijken stand van het werk.” Hoofdingenieurs werden zelfs verplicht hun aannemers bij belangrijke waterstaatswerken opdracht te geven dergelijke fotografische vastleggingen aan te leveren. Een maatregel die pas in 1949 werd ingetrokken. Generaties lang heeft het gespecialiseerde fotografen van werk voorzien.
Oosterhuis nam onder de ingenieursfotografen een zeer voorname plaats in. Hij dankte dit aan zijn technische bekwaamheid en trefzekere beelden en toch ook aan zijn schitterende composities, een talent dat hij als schilder al had ontwikkeld. Er waren meer van dergelijke begaafde fotografen, bijvoorbeeld Julius Perger (1840-1924) en Johann Georg Hameter (1838-1885), maar geen had zo’n uitgestrekt werkterrein als Oosterhuis die in heel Nederland  fotografeerde. Haakman, voorzitter van de Amsterdamsche Photographen Vereeniging, noemde hem in 1876 in een artikel in de Moniteur de la Photographie ‘de eerste onder de landschapsfotografen’.2015 03 03

De brug bij Culemborg

De aanleg van een aaneengesloten spoorwegnet in Nederland was pas op 18 augustus 1860 bij wet door het Ministerie Van Hall/Van Heemstra vastgelegd. Een tweede wetsontwerp voorzag in de totstandkoming van een lijn van ’s-Hertogenbosch over Culemborg naar Utrecht. De overbrugging van de Lek bij Culemborg werd ontworpen door G. van Diesen (1826-1916). Hij paste hier voor het eerst de paraboolligger met gebogen bovenrand toe. Met een lengte van  154 m behaalde de hoofdoverspanning een wereldrecord. Van Diesen kreeg voor dit ‘staaltje van ingenieurskunst’ in 1873 de gouden medaille op de Wereldtentoonstelling in Wenen. Pieter Oosterhuis maakte in drie achtereenvolgende jaren foto’s van de bouw: eerste opname 28 juni 1865, laatste opname september 1868. Twee maanden later stelde men de brug open voor publiek verkeer van het baanvak Utrecht-Waardenburg. De spoorbrug werd in 1982- 1983 afgebroken.

2015 03 04Een tentoonstelling

In het Nationaal Archief te Den Haag ligt de grootste fotocollectie van Nederland, met zo’n 15 miljoen foto’s uit de afgelopen 170 jaar. In de tentoonstelling Blikvangers (20.02.2015 – 12.07.2015) wordt een deel van deze unieke collectie voor het eerst getoond. De originele foto’s laten Nederland en de wereld zien door de ogen van bekende en minder bekende fotografen, zoals Robert Capa, Eva Besnyö, László Moholy-Nagy, Pieter Oosterhuis, Willem van de Poll, Cas  Oorthuys en Ed van der Elsken. Eén van de thema’s die uitvoerig aan bod komt, is de aanleg van de infrastructuur in de 19de eeuw in Nederland, ook met bruggenfoto’s van Pieter Oosterhuis en collega’s. Later meer over deze tentoonstelling. Nu alvast enkele voorbeelden: Hameter (brug over de Nieuwe Maas) en Pistoor (brug over de Oude Maas)

Met dank aan Elwin Hendrikse van het Nationaal Archief.

Literatuur

F. Bool, W. Diepraam, M. Haveman, A. Mastis (red.), Pieter Oosterhuis (1816-1885), Amsterdam 1993, Monografieën van Nederlandse fotografen 3.

2015 03 05

Download hier het artikel in pdf-formaat logo pdf

 

Submit to FacebookSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn