1 Inmiddels gesloopt viaduct in de Amsterdamseweg over de A9 foto: Rijkswaterstaat
WAT IS DE OPTIMALE STRATEGIE VOOR HET VERVANGEN OF RENOVEREN VAN BRUGGEN EN VIADUCTEN?
Dick Schaafsma | Rijkswaterstaat
Als derde en laatste is er de schaarse inzet van technische mensen en middelen; door maatschappelijke ontwikkelingen wordt het steeds moeilijker om arbeidskrachten technische sector te vinden. Het gevolg hiervan is een oplopende projectendruk. Dit probleem wordt vaak nog weinig onderkend. Tot nu toe werden opdrachten vooral van financieel budget gereguleerd. In de toekomst kan de inzet van deskundig personeel eens maatgevend worden!

2 Stichtingsjaren bruggen en viaducten bron: Rijkswaterstaat DISK
Tussen 2040 en 2060 wordt een grote opgave verwacht voor vervanging of renovatie van bruggen en viaducten. Rijkswaterstaat wil onderzoeken wat de optimale strategie is om deze opgave aan te pakken. Kunnen we nu al maatregelen
nemen om de grootste pieken af te vlakken?
IN HET KORT:
• Tussen 2040 en 2060 wordt een grote Vervanging en Renovatie (V&R)opgave verwacht voor bruggen en viaducten.
• Door de maatschappelijke ontwikkelingen wordt het steeds moeilijker om arbeidskrachten in de technische sector te vinden.
• Idealiter wordt elk jaar ongeveer dezelfde projectendruk gerealiseerd, zodat de financiering en personeelsinzet beter wordt gespreid.
• In de huidige strategie is besluitvorming gericht op één brug of viaduct. Belangen van andere bruggen en viaducten worden niet expliciet meegenomen.
• Wanneer wordt gekozen bruggen en viaducten te vervangen voor een periode van zeg 80 tot 100 jaar, komen ze pas in 2100, in het dal van de V&Ropgave, terug.
• Om te voorkomen dat veel bruggen en viaducten op de ‘intensive care’ komen, zouden we nu al maatregelen kunnen nemen om de grootste pieken af te vlakken.
Veel civiele kunstwerken in Nederland zijn in een relatief korte periode gebouwd tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Van deze kunstwerken is een groot deel brug of viaduct (fi g. 1). Omdat de gemiddelde levensduur van deze bouwwerken 80 jaar is, en zij dus binnenkort het einde van de technische levensduur bereiken, wordt er tussen 2040 en 2060 een grote Vervanging en Renovatie (V&R)opgave verwacht en moeten ze potentieel gerenoveerd of vervangen worden. Dit om de constructieve veiligheid te waarborgen en te zorgen dat Rijkswaterstaat een betrouwbaar en beschikbaar netwerk behoudt. De afdeling Bruggen en Viaducten (BVI) van Rijkswaterstaat (GPO Grote Projecten en Onderhoud) wil onderzoeken
wat de optimale strategie is om deze V&Ropgave aan te pakken.
Het vraagstuk [1] dat gaat spelen: Hoe kan deze V&Ropgave zo worden uitgevoerd dat de constructieve veiligheid gewaarborgd blijft en er een betrouwbaar en beschikbaar netwerk is?

3 Versimpelde weergave gewenste situatie V&R-opgave bruggen en viaducten bron: Rijkswaterstaat
UITDAGINGEN RIJKSWATERSTAAT
Het probleem waar Rijkswaterstaat en de rest van de Nederlandse infraproviders voor komen te staan, is drieledig. Het eerste probleem is de technische opgave. Het netwerk in Nederland moet constructief veilig, betrouwbaar en beschikbaar blijven.
Dit kan door tijdig objecten te renoveren of te vervangen die het einde van de technische levensduur bereiken. Ten tweede moet er worden geanticipeerd op de toekomst: de functionele opgave. De verwachting is dat het gebruik van onze
infranetwerken in de toekomst zal veranderen. Daarom is het belangrijk dat de bruggen en viaducten niet alleen technisch weer langer mee kunnen, maar ook functioneel voldoen aan de gebruikseisen die vandaag de dag worden gesteld aan de objecten. Als derde en laatste is er de schaarse inzet van technische mensen en middelen; door de maatschappelijke ontwikkelingen wordt het steeds moeilijker om arbeidskrachten in de technische sector te vinden. Het gevolg hiervan is een oplopende projectendruk. Dit laatste probleem wordt vaak nog weinig onderkend. Tot nu toe werden opdrachten vooral op basis van fi nancieel budget gereguleerd. In de toekomst kan de inzet van deskundig personeel wel eens maatgevend worden!
VOORKOMEN PIEKEN EN DALEN
Idealiter wordt elk jaar ongeveer dezelfde projectendruk gerealiseerd. Hetzelfde aantal equivalente bruggen en viaducten wordt vervangen of gerenoveerd, zodat de financie ring en personeelsjnzet beter wordt gespreid. (Hier wordt bewust het begrip 'equivalente bruggen' genoemd, omdat één Brienenoordbrug dezelfde financiering en inzet vraagt als 50 à 100 gemiddelde bruggen.) Om een gelijkmatig gespreide V&Ropgave te kunnen bewerkstelligen, moeten de pieken en dalen uit deze opgwe worden gehaald. In figuur 3 geeft de groene gestippelde lijn de gewenste ontwikkeling weer. Door het aantal bruggen en viaducten te spreiden over een langere periode, geeft dit ook een daling van de kosten op de piek van de V&R-opgave. De investeringen zijn gelijcmatiger gespreid.

4 Circulair viaduct Kampen op de Nationale Bruggenbank foto: Nationale Bruggenbank
INTEGRALE AANPAK: 'UNDERSTANDING THE STOCK'
In de huidige strategie vindt de besluitvorming om een object onaangepast te handhaven, te versterken of te vervangen, plaats op basis van een LCC-analyse (Life Cycle Cost). Het besluit is daarbij gericht op één brug of viaduct, belangen van andere bruggen en viaducten worden niet expliciet meegenomen. De keuze die wordt gemaakt voor het object, is gunstig voor dit ene beschouwde object, maar wer alle objecten gezien kan dit een minder goede strategische keuze zijn. Het is daarom gewenst om alle objecten te beschouwen en hieruit een keuze te maken die het meest gunstig is voor alle bruggen en viaducten, en niet voor één object. Daarbij spelen Circulariteit, capaciteit. tijd, hinder en kosten een belangrijke rol.
Deze keuze kan en moet zelfs zijn gebaseerd op meer dan alleen het eigen areaal. Daarom worden initiatieven als ZeBra, een samenwerkingsverband tussen de Provincies Brabant en Zeeland om de problematiek gezamenlijk op te pakken, of elkaar in ieder geval niet in de wielen te rijden, toegejuicht. Verschillende beheerders van bruggen en viaducten zijn bezig met het voorspelbaar en transparant maken van de vervanging van hun hele areaal aan kunstwerken. Een goed voorbeeld hiervan is het 'Dashboard Bruggen en Kademuren' van de gemeente Amsterdam. Rijkswaterstaat is ook bezig een dashboard te ontwikkelen met een totaaloverzjcht van de V&R-probIematiek, op basis waarvan tot een meer integrale aanpak
(portfolio-aanpak) kan worden besloten. Daarnaast is het belangrijk dat initiatieven als de Nationale Bruggenbank tot wasdom komen (vwav.nationalebruggenbank.nl). Alemaal elementen die helpen om meer inzicht te krijgen in het Nederlandse bruggenbestand.

5 Schematische weergave renoveren voor 30 jaar bron: Rijkswaterstaat
DUURZAME BESLUITVORMING: ‘MAKING SUSTAINABLE DECISIONS’
De keuzes die nu worden gemaakt hebben invloed op de V&Ropgave van de toekomst. Zo heeft de keuze om op dit moment (2022) bruggen en viaducten grootschalig te vervangen of te renoveren, invloed op de piek in de V&Ropgave van rond 2050. Wanneer voor de minimale ontwerplevensduur (referentieperiode) volgens NEN 8700 wordt gerenoveerd, dat wil zeggen het verlengen van de technische levensduur voor 30 jaar, dan komen deze in 2050 (de grootste piek van de V&Ropgave) weer terug (fig. 5).
Wanneer de bruggen en viaducten worden vervangen of gerenoveerd voor een langere periode, zeg 80 tot 100 jaar, dan komen ze pas in 2100 (in het dal van de V&Ropgave) terug. Dit zou positief zijn voor het spreiden van de V&Ropgave.
Deze oplossing brengt echter hogere kosten met zich mee en vraagt veel inzicht over de ontwikkeling van de mobiliteit.
Rijkswaterstaat onderzoekt op dit moment of het in sommige gevallen slim is om robuuster te bouwen dan het minimum voorschrijft, voor een kortere of langere ontwerplevensduur. Verder wordt meer dan vroeger een vinger aan de pols gehouden als het gaat om ontwikkelingen in de transportsector.
TIJDIG MAATREGELEN NEMEN: ‘IMPLEMENTING INTERVENTIONS’
Er is in Nederland volgens gezondheidseconomen nog maar weinig geleerd van de coronacrisis, zoals valt te lezen in [2]. Nog steeds ontbreken er toekomstscenario’s voor diverse infectieziekten, waarmee het mogelijk is te investeren in preventie. Dat zou veel ziekten en maatschappelijke last kunnen voorkomen. Het artikel geeft toe dat het voor veel infectieziektes koffi edik kijken is hoe zij zich in de komende tijd zullen ontwikkelen. Als we gedegen nadenken over scenario’s en de daarbij behorende investeringsbeslissingen voor infectiepreventie, dan kunnen we het aantal virusinfecties en de daarmee gepaarde ziektelast en maatschappelijke ontwrichting mogelijk aanzienlijk reduceren. We kunnen de infectieziektes en infectiepreventies natuurlijk niet één-op-één vergelijken met de V&Ropgave.
Dat wil niet zeggen dat we ook niet iets kunnen leren van de aanpak in de gezondheidszorg. Het grote voordeel is dat de V&Ropgave van bruggen en viaducten wel redelijk voorspelbaar is. Om te voorkomen dat veel bruggen en viaducten op de
‘intensive care’ komen, zouden we nu al maatregelen kunnen nemen om de grootste pieken wat af te vlakken. Flatten the curve!
Bron
Een groot deel voor dit artikel is ontleend aan het afstudeerrapport van Wilco Jonker en Roy Imming. Zij studeerden in juni 2019 af bij Hogeschool Windesheim en Rijkswaterstaat op het onderwerp ‘Strategische oplossingen in het kader van de Vervanging- en Renovatieopgave van bruggen en viaducten’.
Literatuur
1 Klatter, L., Roebers, H., Van der Hark, M. en Brandsen, C., Prognoserapport V&R: Prognose voor de periode 2017 tot en met 2050. Utrecht: Rijkswaterstaat, 2016.
2 Boersma, C., en Postma, M., Infecties zijn geen natuurrampen, we kunnen ons maatschappij prima voorbereiden op een ziekteseizoen. Volkskrant, 9 november 2022.






