image

jun 04 01

jun 04 02

jun 04 03

jun 04 04

jun 04 05

 

Michel Bakker

In de reeks ‘Bruggen in de Kunst’ dit keer een brug die velen van u van nabij gekend hebben: de Delftse Visbrug. Nu geëtst als meest prominente brug in ‘Bridges of Delft’ (zie blz 28) door Rolf Weijburg. Een kunstenaar met vele passies, zeker ook voor bruggen.

DE KUNSTENAAR
Rolf Weijburg werd in 1952 in Eindhoven geboren. In Utrecht studeerde hij een jaar Sociale Geografie aan de Rijksuniversiteit aldaar. Het bijvak Cartografie wakkerde daar zijn al oudere belangstelling voor landkaarten verder aan. De fascinatie voor reizen, ontdekken en kunst deed hem de overstap maken naar de Utrechtse Academie voor Beeldende Kunsten, Artibus. Met name de grafische kunst boeide hem. In 1976 studeerde hij af aan de afdeling
Monumentaal. Een jaar later had hij in Milaan zijn eerste solo-expositie in galerie ‘Bon à Tirer’ van Giorgio Cardazzo. In 1978 volgde een tweede expositie in de galerie van Mara Chiaretti aan de Via dei Condotti in Rome.
Met het verdiende geld begon het reizen en ontdekken pas goed. Het bracht hem ook ver buiten Europa. En het bracht hem ook in soms penibele omstandigheden. Toen hij vanuit Zaïre Uganda in wilde, werd hij op verdenking van spionage gevangen genomen en zat een tiental dagen in Uganda vast. Vlak vóór de val van Idi Amin werd hij het land uitgezet naar Kenya. Uiteindelijk trok hij van Kenya dwars door de Sudan en Egypte terug naar Europa om in Parijs zijn vrouw Catherine te ontmoeten.
Bij een eerder bezoek aan Parijs was hij in contact gekomen met het werk van Gérard Titus Carmel en met Roland Topor en zijn Académie Panique. Het bracht een ommekeer in zijn eigen kunst teweeg. Sfeer, vindingrijkheid en een fijne techniek werden bepalend. De grote reis waarvan hij in 1979 terugkeerde voegde daar een geheel nieuw element aan toe: Afrika. Zijn werk veranderde als het ware van fictie naar feit. Een ommekeer van fantasie naar ‘waar gebeurde’ reisverhalen. Etsen en reizen werd dé invulling van zijn kunstenaarsbestaan. Zijn Sahara-reizen met oude auto’s resulteerden in 1985 in het bij Flammarion in Parijs uitgegeven boek ‘Voyage au Sahara’, een kinderboek dat Rolf Weijburg illustreerde aan de hand van teksten van zijn vrouw Catherine. Rolf exposeerde veel in Nederland maar ook veel in het buitenland. In 1986 begon hij aan L’Afrique Périphérique- Een Atlas van de Eilanden rond Afrika. Weijburg reisde naar alle eilandgroepen en geïsoleerde eilanden rondom Afrika. In 1992 kreeg hij de Nederlandse Grafiekprijs. Het eilandenproject sloot af met een grote overzichtsexpositie in het Singer Museum te Laren (maart 2000). Sinds 2002 werkt Rolf Weijburg aan zijn nieuwe project ‘An Atlas of the World’s Smallest Countries’. Veel illustraties van Weijburg verschenen ook gewoon in kranten en tijdschriften. Hij maakte ook al de landkaarten en illustraties voo r de reisgidsen van Djoser en ook die voor de VPRO-documentaire ‘In Europa’ naar het boek van Geert Mak, zo ook de kaarten en illustraties voor de tv-serie O’Hanlons Helden. In januari 2017 vond in Filmtheater ‘t Hoogt in Utrecht de première plaats van de film over het werk en de vele reizen van Rolf Weijburg: ‘The Art of Travel’. Deze veertig minuten durende documentaire werd in 2017 onder de titel ‘De Kunst van het Reizen’ uitgezonden door RTV Utrecht en is nu nog op ‘You Tube’ terug te kijken. Weijburg heeft ook andere Nederlandse bruggen verwerkt in etsen, onder meer bruggen in Utrecht, Rotterdam (Erasmusbrug), Nijmegen (Waalbrug) en Zutphen. 

DE BRUG
Gelegen nabij Voorstraat 52 in Delft overspant hij daar het water van de Nieuwe Delft. Deze rijksmonumentale Visbrug is een ijzeren voetgangersbrug uit 1869 met een stenen dek. Aan beide straatzijden zijn er lage drietreeds trappen. De brug kreeg gietijzeren hoofd- of randliggers aan weerszijden van het brugdek, elk in twee helften gegoten. Deze randliggers ondersteunden gewalste smeedijzeren dwarsbalken waarop een houten brugdek van vijf-duims eiken planken was aangebracht. In 1911 is de brugdekconstructie vervangen door een betonconstructie, ondersteund door nieuwe stalen INP100-balkjes die met de randliggers zijn verbonden. Het dek is met klinkers bestraat. Dekbreedte is 2,1 meter, met een overspanning van 8 meter. In het midden van de brug zal aan één van de beide zijden een gaslantaarn gestaan hebben. Het bestek spreekt zich hierover uit: “Een dier palen moet met bassement, schacht en kapiteel met ladderijzer, als lantaarnpaal afgewerkt worden; de andere paal met pijnappelkop in overeenstemming met het bassement der lantaarnpaal.” Deze gietijzeren bruglantaarn is niet meer aanwezig.
Men rekent het ontwerp toe aan de stadsarchitect C.J. de Bruyn Kops die ook verantwoordelijk lijkt voor de Hopbrug, de Rapenbloembrug en de Kleine Oostpoortbrug. Cornelis. J. de Bruyn Kops (1830-1891) was een Nederlands architect, zoon van de Haarlemse linnenfabrikant en stadsbestuurder C.J. de Bruyn Kops. Cornelis promoveerde tot civiel ingenieur in 1850 en werkte in het begin van zijn carrière bij het Amerikaanse ingenieursbureau van J.W.P. Lewis. Later voor de Pacific Railroad Co. waarvoor hij in 1854-1855 een spoorwegbrug over de Mississippi zou bouwen. Twee jaar later benoemde men hem tot stadsarchitect van Delft. Hij heeft zich samen met N.H. Henket en T.J. Stieltjes ingezet voor de verbetering van het Delftse grachtenwater. Ook ontwierp hij een stadsplan voor het Westerkwartier, de eerste stadsuitbreiding buiten de singels, en enige grote en
kleinere gebouwen in Delft. Zijn in meerdere opzichten opvallende Visbrug laat een mengelmoes aan decoratieve elementen zien. Het geheel doet volgens sommigen bijna Venetiaans aan. De brug is wat de vormgeving betreft zeldzaam in Nederland. Bronnen duiden hem ook wel aan met ‘vermoedelijk uniek’. Enige verwantschap met de Haagse brug over de Oostsingelgracht tussen de Uilebomen en de Boomsluiterskade is er echter wel. Deze brug
(GW 59) uit 1861 werd vervaardigd door de Haagse ijzergieterij L.J. Enthoven en Cie. Van de Visbrug is de ijzergieterij vooralsnog onbekend. De aannemer was P. van den Horst. Een lange geschiedenis gaat aan de huidige brug vooraf. Aan het eind van de zestiende eeuw werd de voorloper van de Visbrug aangelegd, een stenen boogbrug. Die diende al ter vervanging van twee houten bruggetjes: de één iets ten zuiden van de Hoefijzersteeg en de ander tegenover de Drie Akersstraat. De Visbrug dankt zijn naam aan de bierbrouwerij ‘De Vis’, die tot in de 18e eeuw aan de zuidwesthoek van de Visstraat gevestigd was. De brug is enige malen vernieuwd. De gietijzeren overspanning is een bijzonder fraai voorbeeld van industrieel erfgoed, maar door de huidige kleurstelling heeft het iets van zijn karakter verloren. Het overheersende gebruik van witte verf camoufleert de opbouw en samenstelling. IJzer, beton, leuning en ornament zijn heden ten dage monochroom wit (zie blz. 26 en 27). Het is de vraag of dat altijd zo geweest is. Door kleurhistorisch onderzoek zou het oorspronkelijke kleurenpalet misschien nog kunnen worden achterhaald.


Met dank aan: Jan Arends, Fred van Geest, Hist. Ver. Delfia Batavorum, Olga van der Klooster, Heico de Lange, Wim Weve, Ernest van de Wiel. 

LITERATUUR
P.C. Molhuysen, P.J. Blok, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel III, kol. 715, Leiden 1914. 
H. Rienks, Bruggen in de gemeente Delft. De geschiedenis van de Delftse bruggen, behorend tot het industrieel erfgoed, rapport TU Delft, Delft 1994, pp. 48-51.
P.C. Visser, Delfts bruggen, Delft z.j.
www.verhalenwiki.nl  (WikiDelft)
www.weijburg.nl 

Download hier het artikel in pdf-formaat logo pdf